Category Archives Uncategorized

Robert-Jan Streng

Logistiek Denken: De moeder van Agility

No Comments »


Het denken in dynamische systemen heeft aan het eind van de zestiger jaren van de vorige eeuw – wellicht aangezwengeld door een toenemend gebruik van stimulerende middelen – een grote vlucht genomen. Twee belangrijke exponenten daarvan waren “de Club van Rome” (milieudenkers avant la lettre, de jongste generatie moet dat maar even opzoeken op Wikipedia) en een spel dat op MIT is ontwikkeld onder de naam “The Beer Game”. Een in de basis simpel spel dat een keten simuleert van een producent van bier (noem dat nooit een fabriek maar een brouwerij) tot aan de uiteindelijke consument. Deze keten bestaat uit verschillende schakels die allemaal hun uiterste best doen om te doen waar ze goed in zijn: distribueren, verkopen, transporteren. En je raadt het al: deze keten is niet in staat om om te gaan met veranderingen in de vraag. Simpel gezegd: ze maken elkaar allemaal hartstikke gek, praten elkaar de put in als het niet nodig is, en beginnen euforisch met extra productie op de dag dat de klant besluit te minderen met zijn bierconsumptie. Zie de raakvlakken met de huidige economie, begrippen als het “zweepslageffect” komen hier uit voort.

Nu wil ik er niet al te veel over kwijt want je moet het zelf ervaren. En met dank aan collega’s Han Koper en Bern Klomp kunnen onze klanten zelf ervaren hoe dat in zijn werk gaat: een perfect element van een heidag, mooi in te kaderen in het Agile denken. We hebben lange speeltafels, een heleboel kleine biervaatjes, en een compleet verhaal op Factsheet. Het spel duurt zo’n 2 a 3 uur en is daarna een mooie gelegenheid om een biertje te drinken. Oja: halverwege het spel vragen we de deelnemers hoe je nu wél Agile kunt worden, en dat mogen ze dan meteen uittesten.

Wie durft?

frankkuitems

Social Collaboration; Future Proof en Efficiënt

No Comments »

Geen betere manier vanuit Atos Consulting om dat in te steken dan op het snijvlak van business en IT, daar waar we het liefst en het best opereren voor onze klanten. Eén van de vele manieren om naar dit onderwerp te kijken, is bijvoorbeeld langs de as van de interne organisatie. Hoe gaan we met elkaar om binnen de organisatie, hoe helpen we elkaar, hoe leren we van elkaar en hoe worden we daarbij ondersteund. In kennisintensieve organisaties, zoals Atos zelf, is het een groot goed om de kennis en kunde van indivuele medewerker te bundelen om zo uiteindelijk meerwaarde te leveren aan de klant.

In de praktijk blijkt het delen van kennis en kunde in gemeenschappelijke activiteiten nog steeds lastig. Wie weet wat en hoe komen we erachter? Er is een duidelijke trend zichtbaar waarbij de techniek ons steeds meer helpt om deze problematiek te verwezenlijken. Zoveel zelfs, dat Atos de ambitie heeft gesteld om een ‘zero email’ company te worden voor de interne processen. Email, het medium waarvan we allemaal bewust of onbewust zoveel gebruik maken om kennis te ‘delen’, is daar eigenlijk weinig geschikt voor. In deze transformatie worden we ondersteund door de enterprise collaboration oplossing van blueKiwi. En dat ook nog eens uit de (onze) cloud. Collega’s zijn nu meer dan ooit in staat om hun persoonlijke netwerk, en het netwerk van hun netwerk waarvan ze niet wisten dat ze het hadden in te schakelen om vraagstukken op te lossen. Discussies, documenten en relaties worden context/case-gevoelig bewaard en kunnen snel worden teruggezocht. Efficient, en ook nog eens future proof als de organisatorische inbedding compleet is.

Wat is er nu mooier dan het meenemen van klantorganisaties in deze ontwikkelingen. De technologie gaat snel, en Atos heeft haar eigen visie opgesteld waarin bovengenoemde onderwerpen samen komen met andere ontwikkelingen uit het Atos Cloud portfolio. Een mooi voorbeeld hiervan is de integratie van blueKiwi enterprise collaboration met Cloud CRM van Yunano (een joint venture van Atos en de #1 leveranvier van bedrijfssoftware in China). Met ‘social sales’ kunnen commerciële medewerkers hun netwerk om ondersteuning vragen om offertetrajecten tot een succes te maken. Met ‘social service’ kunnen gebruikersgroepen ideeën voor productverbeteringen opvoeren en ‘liken’ om in nieuwe relaese van een product op te laten nemen. Met ‘social marketing’ wordt het enterprise social network van organisaties ingezet om proactief signalen uit klantgroepen op te vangen. En daarmee lijken we pas aan het begin te staan van de integratie van social/enterprise collaboration oplossingen in bedrijfssoftware. Integratie met andere initiatieven zoals ‘smart mobility’ liggen op de loer.

Wat een rode draad blijft, zeker ook in de wereld van cloud oplossingen, is het meekrijgen van de organisatie in de verandering en de nieuwe manier van werken. Techniek en een goede user interface alleen zijn niet genoeg. Verandering is mensenwerk. Atos Consulting heeft de business technologists die uit eigen ervaring kunnen putten om organisaties te ondersteunen in hun verbetertrajecten.

Robert-Jan Streng

Agile Productinnovatie: Het begint en eindigt bij de Klant

No Comments »

De groep die zich binnen Atos Consulting specifiek bezighoudt met “Customer-Driven Agilization” heeft een volwassenheidsmodel ontwikkeld dat organisaties helpt om wendbaar te worden op het vlak waar de grootste wendbaarheid gewenst is: de klant en zijn (latente) wensen. Waar veel initiatieven op het gebied van Agilization zich sterk richten op de hoe-vraag (hoe voer ik mijn projecten beter uit, hoe kan ik processen flexibiliseren), is hier de “wat”-vraag centraal gesteld. “Wat” willen mijn klanten?

De kern van productvernieuwing anno 2013 zit in de mogelijkheden om beter naar je klanten te kunnen luisteren, en – mooier nog – beter met je klanten in dialoog te komen. Dat luisterend oor moet je wel ontwikkelen als organisatie. Het vraagt kennis van de hedendaagse manieren om met elkaar in contact te komen, en dan met name van de sociale media. En – zo leert onze ervaring – daar schort nog wel het nodige aan.

Al in het verleden maakten we een onderscheid tussen “incrementele productinnovatie” en “radicale productinnovatie”. Beiden worden toegepast door Agile organizaties.

Het vermogen om goed te kunnen luisteren naar je klanten op de sociale media is een belangrijke stimulator voor incrementele productinnovatie, waarbij een Agile organisatie in een straf tempo steeds nieuwe producten op de markt brengt die voortborduren op reeds bestaande producten, maar die beter, kekker, mooier of uitgebreider zijn. Dat is voor veel organisaties geen sinecure: je moet het vermogen hebben om bij het uitbrengen van versie 1.4 al te denken aan versies 1.5 en 1.6. “Het stopt nooit”. “Je bent nooit klaar.” “Het product is wat ons betreft al verouderd als het in de schappen ligt.” Het vraagt nogal wat van een organisatie om jezelf zo te organiseren dat (1) een bepaalde behoefte bij bestaande klanten adequaat wordt opgepikt en dat (2) er in no-time een variant van een bestaand product op de markt wordt gebracht die in die behoefte voorziet.

“Radicale Productinnovatie” is van een andere orde en moet ook zo behandeld worden. Hier kan het steeds bijschaven aan een product op basis van klantcommentaren zelfs een hindernis zijn: je zit gevangen in een bestaand concept, terwijl latent er een andere behoefte ontstaat. Een mooi voorbeeld is de Volkswagen Golf, die bij elke nieuwe versie steeds weer een beetje beter (en duurder, en zwaarder, en groter) werd, typisch een geval van incrementele innovatie. Totdat de traditionele doelgroep besluit dat ze met een mindere auto genoegen neemt, maar dan wel tegen een lagere prijs. Het vraagt dat als autofabrikant lef om ook in dat segment een auto te produceren, in de wetenschap dat het een deel van je andere afzet kannibaliseert (dat is precies wat Volkswagen gedaan heeft met de aankoop van Skoda).

Het vraagt echt een dialoog met klanten om achter de (vaak latente) behoeften te komen die radicale productinnovatie tot een succes kunnen maken. De Agile organisaties die succesvol zijn voeren hierbij een expliciet tweesporenbeleid. Het ene spoor betreft het succesvol werken aan incrementele innovatie, waarbij steeds geluisterd wordt naar de klant om producten uit te brengen die variaties zijn op de bestaande producten. Het andere spoor is fundamenteler van aard en durft in dialoog met de klant de vraag te stellen: is wat wij maken of doen voor jou op termijn wel interessant? Wat zou je anders van ons verwachten?

Het is onze overtuiging dat de organisaties die beide sporen de ruimte geven – ook als ze nadrukkelijk met elkaar concurreren – de echte overlevers zijn. Het vereist lef: “Gaan we een nieuwe product op de markt brengen dat concurreert met onze huidige producten?” Soms is het antwoord, for better or worse: “Ja. Dat gaan we doen.”

Wilco Bothof

Niet praten maar doen! Innovatieve technologie in de zorg leidt écht tot lagere kosten

No Comments »

Het gaat hier om het gebruik van portalen en innovatieve zorgdomotica. De business case voor de inzet van deze slimme ICT-middelen is positief.

Cliëntportalen bieden cliënten de mogelijkheid om onder meer vanuit thuis digitaal inzage te krijgen in hun dossier, online afspraken in te plannen en vragenlijsten of anamneses vooraf in te vullen. Het mes snijdt hierbij aan twee kanten. Enerzijds is cliënt verantwoordelijk voor zijn eigen proces en afspraken, wat hem het gevoel van controle geeft. Wie kent niet het fenomeen van de brief met ingeplande afspraak op een tijdstip dat niet uitkomt en de moeite die het kost om deze te verzetten. Anderzijds leidt het tot kortere zorgprocessen en minder taken binnen de zorgorganisatie.

De andere ontwikkeling die mij erg aanspreekt is die van zorgdomotica. Het gebruik van beeldbellen, waarbij de cliënt via een beeldscherm (I-pad) live verbinding heeft met de zorgprofessional, stelt de zorgprofessional in staat om in hetzelfde tijdsbestek meer cliënten te behandelen en bespaart op onder meer reistijd en wachttijd. Zorgdomotica biedt cliënten ook de mogelijkheid om langer zelfstandig te functioneren en vertrouwd thuis te blijven wonen. Met slimme sensoren in huis, personenalarmering, val- en dwaaldetectie hebben cliënten de zekerheid dat ze direct geholpen worden wanneer er iets gebeurt. Dankzij apps op de telefoon en zorg op afstand zijn cliënten niet meer afhankelijk van de zorgverlener(s) die op gezette tijden een flitsbezoek afleggen.

Vervangen deze innovatieve middelen de zorgprofessional? Zeker niet. Ze ondersteunen juist de zorgprofessional en het zorgproces. Voor mij is het duidelijk dat de investering in bijvoorbeeld portalen en zorgdomotica zichzelf niet alleen in financiële zin, maar ook in kwalitatieve zin terugverdient.

Michel van Buitenen

Staar je niet blind op het binnen halen van nieuwe klanten, je hebt al goud in handen!

No Comments »

Al sinds 2008 bevindt de wereldwijde economie zich in een crisis, waardoor er een war for customers is ontstaan in vele sectoren. Consumenten zijn mondiger en kijken kritischer naar hun bestedingspatroon en value for money heeft voor hen een hogere prioriteit gekregen. Niet alleen consumenten maar ook organisaties moeten meer en meer op de kleintjes letten. Het is echter van groot belang dat ze daarbij niet de consument uit het oog verliezen. Volgens het artikel Customer Relationship Management Strategies in Times of Crisis is het voor organisaties zes tot dertien keer duurder om een nieuwe klant aan te trekken dan om een bestaande klant te behouden. Toch blijkt uit onderzoek dat zelfs in stabiele tijden organisaties gemiddeld 50 procent van hun consumenten binnen vijf jaar verliezen. De vraag is; hoe zorg ik er voor dat ik mijn consumenten behoud, ondanks de zware storm waar wij nu in zitten?

Ik ben  20 jaar actief in de organisatie advies wereld en ik zie bepaalde patronen rond klantbehoud in goede en slechte tijden terugkeren. Vanuit mijn perspectief zie ik drie voorwaarden voor succesvol klantbehoud:

1. Zoals aangegeven in een artikel van Psych Central is het van groot belang dat de eigen medewerkers tevreden zijn om er voor te kunnen zorgen dat de consument het ook is. Wat hiervoor belangrijk is, is dat de medewerkers blijvend worden uitgedaagd en dat ze een gevoel van eigenaarschap van de organisatie krijgen. De correlatie tussen klanttevredenheid en –loyaliteit is twee keer zo hoog wanneer de medewerkers tevreden zijn.

2. Vooral in deze tijden is de communicatie richting medewerkers en klanten erg belangrijk. De organisatie moet open en eerlijk zijn naar beide partijen, maar moet koste wat het kost voorkomen dat nieuws eerder terecht komt bij de klant dan bij de medewerkers. Bovendien is het belangrijk om in moeilijke tijden de frequentie van de communicatie op te schroeven. Dit leidt tot grotere betrokkenheid van de medewerkers wat weer resulteert in hogere tevredenheid. In het artikel “Effective employee communication in times of crisis” wordt hier dieper op ingegaan.

3. Een goede optie om beter in te kunnen spelen op specifieke vragen van de klant is om te segmenteren. In Adjusting Value Propositions in Times of Crisis – Lessons For Banks van de Customer Intelligence Blog wordt aangegeven waarom dit zo is. Door klanten te groeperen kan er beter worden ingespeeld op de behoeftes van die groep. Deze behoeftes kunnen namelijk sterk verschillen tussen groepen, denk bijvoorbeeld aan de manier van communiceren richting klanten uit verschillende leeftijdsgroepen.

Wanneer een organisatie bovenstaande zaken goed op orde heeft is het beter in staat waarde te creëren voor de klant, krijgt de klant meer value for money en blijft de klant terug komen. Dit is cruciaal, want het focussen op vijf procent van de meest loyale klanten kan leiden tot een omzetgroei van minstens 30 procent! Leest u ook eens het artikel op ArticleBiz.com over Customer Relationship Management Strategies in Times of Crisis. Crisis is een kans!

Huub Bakker

4 WOA lessen 4 SOA successen

No Comments »

De vraag ‘Hoe maken we van SOA nu echt een succes?’ is de centrale vraag van dit moment in de SOA community wereldwijd. Ook binnen Atos Origin heeft het denken over ‘SOA beyond the hype‘ de focus. In deze discussies wordt tegenwoordig ook gesproken over Web Oriented Architecture, dat door sommigen betiteld wordt als ‘een nieuw paradigma’ en als ‘natuurlijke opvolger van SOA’, maar dat is misschien net iets teveel eer ;-) .

WOA, is een subset van SOA gebaseerd op de principes van REST en W3C’s architectuur van het World Wide Web. De term werd overigens voor het eerst gebruikt door Nick Gall op een Gartner Summit in 2005. Dion Hinchcliffe, een van de WOA thought leaders op het net, schrijft over WOA:

“is not a formal set of standards, but a set of approaches and delivery techniques that seem to work extremely well and achieving most of the major goals that we originally set out for ourselves in the SOA world.”

Maar dat is natuurlijk buitengewoon interessant! Laten we, zonder in de details van WOA te duiken, eens kijken waarom WOA zo goed werkt als het gaat om het implementeren van SOA.

Les 1 – Technologie moet simpeler

WOA maakt gebruik van relatief eenvoudige technologie vergeleken bij de complexe WS* stack. In de complexe heterogene wereld van bedrijfsbrede processen en systemen zul je snel tegen de beperkingen van de simpele WOA techniek aanlopen, maar toch is de les dat we bij SOA implementaties vaak te snel aan de gang gaan met het uitrollen van een zo rijk mogelijke set van technologie. In plaats daarvan zouden we meer moeten focussen op de business toepassingen en de toegevoegde waarde van echt herbruikbare services. De selectie en uitrol van dure ESB technologie kan misschien wel wachten?

Les 2 – Ga voor ‘green field’

WOA gaat over hippe nieuwe toepassingen van en op het internet. Allerlei nieuwe technologie ondersteunde vormen van samenwerking en communicatie met wildvreemden over de hele wereld in wiki’s, blogs, communities en samenstelling van business diensten in mash-ups. Opvallend is dat deze WOA toepassingen vooral gericht zijn op nieuwe – beetje ‘green field’ – zaken in een hippe, jonge cultuur. Dat is een wereld van verschil met de discussies in SOA trajecten over de integratie van het mainframe en hoe dat dan moet met die ouderwetse, maar bedrijfskritische batch-processen.

De les hierin voor SOA trajecten is dat we een radicaal andere aanpak als SOA niet moeten willen ontwikkelen op die plek waar de verandering het moeilijkst is en het meest tegenwerpingen te verwachten zijn. Waarom beginnen we niet gewoon met nieuw mensen, nieuw management, nieuwe systemen?

Les 3 – Juridische governance

Governance is op dit moment het meest besproken facet van service oriëntatie. En niet ten onrechte. We zijn op zoek naar steeds waterdichtere aanpakken om het hergebruik van de services en naleving van de standaarden af te dwingen. In de WOA wereld is dit veel minder een issue, omdat WOA met name focust op services tussen organisaties onderling. En voor afspraken tussen organisaties is in het algemeen de governance veel beter ingeregeld; al was het maar om juridische redenen.

Les nummer drie is dus: zoek kansen voor SOA op die plaatsen waar de governance wel goed werkt.

Les 4 – Governing by non governing

Wie bestuurt het hergebruik van het Google-maps widget op het internet? Juist, niemand. Een typisch staaltje van wat ‘network governance’ wordt genoemd. Partijen in het netwerk bepalen samen wat de standaards zijn die ze gaan gebruiken. Standaarden die ‘goed’ zijn worden geadopteerd, zonder dat enige dwang van bovenaf nodig is. En als een standaard niet bruikbaar is voor iemand, dan gebruikt of ontwikkelt hij toch wat anders. Het enige dat georganiseerd moet worden is het mechanisme om op deze manier met standaards om te kunnen gaan.
Les 4: steek je energie in het bouwen van onweerstaanbare services in plaats van het afdwingen van het gebruik van matige.

Te simpel? Omzeilen van problemen in plaats van oplossen? Of toch interessant gedachtenvoer voor een volgende SOA traject?

Test Blog

Virtualisatie en virtueel geheugen

No Comments »

Dat is toch niet hetzelfde? Nee, dat dacht ik ook niet. Totdat ik op het web een artikel van Rik van Riel zag: hij maakt zich nogal zorgen, omdat computers alleen maar trager geworden zijn.
Huh? Is dat zo? Ik had toch echt een ander idee. Hoewel, als ik de tijden die ik moet wachten tot mijn laptop het weer toelaat om iets te doen mee tel, dan zit daar wel iets in. Maar zoals alles bleek ook dit relatief; hij bedoelt verhoudingsgewijs. Eén van de onderdelen waar hij op doelde is het verschil in de verhoging van de snelheid tussen intern geheugen en schijfgeheugen. Let wel, de factor in grootte en toegangssnelheid die bijvoorbeeld per jaar of per twee jaar wordt bereikt. Die factoren lopen voor de diverse componenten (processors, geheugen, schijven, etc.) steeds sterker uiteen.
Slower computers
De traditionele implementaties voor virtueel geheugen gaan uit van algoritmen die ontwikkeld zijn in de jaren 70 voor 64 kilobyte geheugens of nog minder. Het opvoeren van het gebruik van het geheugen kan een serieus performance probleem opleveren (bekend onder de naam trashing): als het ophalen van tijdelijk opgeslagen geheugenpagina’s van schijf zolang duurt dat het systeem niet meer op andere zaken reageert. De oplossingen om dat te voorkomen, zijn eerder proefondervindelijk vastgesteld dan wetenschappelijk onderbouwd.

Is dat nu alles? Een gezonde discussie in de virtueelgeheugen groep voor Linux, maar is dat nu zo interessant? Eén van de zaken die opvalt, is dat er in de literatuur inderdaad weinig over is terug te vinden. De vraag is dan waarop de leveranciers van de gesloten producten op dat vlak zich richten. En dat leidt ons naar een andere vraag: wat betekent dit dan voor ons argeloze ICT beheerders die deze producten gebruiken om diensten te leveren aan de klant?
Ik dacht gelijk aan de trend die we in de datacenters steeds meer zien, om vooral de aanwezige resources zo efficiënt en schaalbaar mogelijk in te zetten. Dan heb ik het over consolidatie door middel van virtualisatie. Is het eigenlijk niet de bedoeling dat we o.a. het geheugengebruik zo optimaal mogelijk regelen en dus steeds meer die grens zullen naderen? Ja, dus: en daar is dan de relatie tussen virtualisatie en virtueel geheugen en het is gelijk een vervelende. Zijn we eindelijk zover dat we na kunnen denken over abstracte concepten als software as a service, cloud computing, service oriented architecture; liefst zover mogelijk ‘weg’ van de hardware, worden we in de staart gebeten door zo iets als geheugengebruik. Stop er een paar DIMM’s bij en weg is de ellende! Helaas, dat is dus net het probleem, en het is nog fundamenteel ook. En het tunen van je gevirtualiseerde server is wel mogelijk, maar werkt vaak heel anders dan het tunen van een fysieke server.

Ons vakgebied heeft nog wel wat tijd nodig om echt volwassen te worden vrees ik. Tot die tijd zullen we ons vooral met gezond verstand moeten zien te redden.

Test Blog

Artikel “Twintig jaar enterprise architectuur”

No Comments »

Onder de titel “Twintig jaar enterprise architectuur” hebben we (Richard Lendvai, Pieter Jan Morssink en ik) een artikel gepubliceerd in het blad Informatie. Het artikel is verschenen in het novembernummer, een themanummer over architectuur.

In het artikel stellen we dat de populaire architectuuraanpak in de praktijk niet toereikend is om een verandering met succes vorm te geven en te begeleiden. We stellen dat architectuur meer waarde kan creëren door minder nadruk te leggen op de statische architectuurbeschrijvingen en een grotere bijdrage te leveren in het verandertraject zelf.

Nieuwsgierig? Lees verder >> “Twintig jaar enterprise architectuur | Tijd voor verandering”

Erik Otzen.

Test Blog

Agile alignment

No Comments »

  

 

Business IT alignment heeft haar belofte maar mondjesmaat waargemaakt. Business IT alignment wordt vaak benaderd vanuit de perceptie dat er een kloof tussen business en IT is. Alignment heeft inderdaad ook te maken met die kloof. Maar het bouwen van een brug om die kloof te dichten is niet het doel maar slechts een middel. Ik definieer business IT alignment als de mate waarin IT bijdraagt aan de realisatie van de business doelstellingen. Dit mondt zich uit in de potentie van een IT groep om de zorgen en prioriteiten van de business te begrijpen en het aanbod van technologie, resources en informatie op een consistente manier in te zetten voor het behalen van business doelstellingen. Dit betekent echter niet dat IT een “slaaf” is van de business!

 

Het woord alignment wordt gauw geassocieerd met strategie – strategic alignment, waarbij de essentie is dat de technologie investeringen consistent zijn met de strategische doelstellingen. Bijvoorbeeld als een bank besluit om ‘online banking’ te gaan doen, dan moet het nodige op technologie gebied geregeld worden, zoals een beveiligde, betrouwbare en schaalbare IT infrastructuur. Maar er zijn ook andere alignment types die iets minder te maken hebben met strategie en lange termijn planning. Dit andere type alignments zijn bijvoorbeeld ‘operational alignment’, waarbij de focus is op het optimaal ondersteunen van bestaande producten en diensten door een goede (her-)inrichting van bedrijfsprocessen, applicaties en data. Een ander voorbeeld is ‘People alignment’ gericht op de juiste inzet van mensen. Deze opsomming van alignment types is niet volledig en waar het hier om gaat is dat alignment veelzijdig is en het is ook complex om tot een ‘total alignment’ te komen.

 

Al surfend op het net kwam ik de volgende stelling tegen: “alignment is passé“. Volgens de auteur ligt dit aan de gehanteerde separate benadering van business en IT. Alignment als benadering en mindset (zie definitie hierboven) is m.i. niet ‘passé’ (niet achterhaald). Wat echter wel ‘passé’ is, is de eenvoudige en eenzijdige interpretatie van alignment die gebaseerd is op het koppelen van de IT-strategie aan de overal business-strategie. Een langdurige exercitie van dure consultants die vaak niet verder komt dan bureauladen. En implementatiepogingen, die vaak door snelle veranderingen in zowel de business als technologie worden ingehaald.

 

Agile alignment is geen alignment type maar een businessgedreven samenwerkingsproces om tot een ‘fit-to-business’ alignment te komen. Agile alignment is dus van toepassing op alle alignment types (zie hierboven). Bij agile alignment staat samenwerking en communicatie tussen business en IT professionals centraal. Oplossingen om te komen tot een gedragen en werkbare alignment dienen gezocht te worden in een geschikt samenwerkingsproces. Het samenwerkingsproces is geen eenmalige exercitie maar een iteratief en continu proces dat ingebed dient te worden in de organisatie. Het samenwerkingsproces betreft de communicatie tussen business en IT professionals met betrekking tot het begrijpen van de waarom-vraag (de business visie, doelstellingen, requirements, prioriteiten, etc), het definiëren van de wat-vraag (welke producten, welke diensten en welke functionaliteiten), en het bepalen van de hoe-vraag (technologie, kennis, competenties en andere resources). De mate van agility van het proces waarin gezamenlijk wordt gewerkt aan het uitstippelen van de juiste paden naar (alternatieve) oplossingen door de juiste links te leggen tussen de waarom, de wat en de hoe bepaalt in grote mate het resultaat van alignment.

 

Hierover meer in mijn volgende blogs.

 

Ahmed Ibouhouten

Test Blog

Principes, wablief?

No Comments »

In principe ben ik niet tegen principes, maar wel tegen het academische gedoe eromheen. Recentelijk weer zo’n posting in AG. Voor de gemiddelde architect is dit werk dus niet weggelegd, want het merendeel heeft een IT footprint en het opstellen van een goede set principes is “niet weegelegd voor de doorsnee IT’er“. Daar sta je dan.

Ik citeer Daan Rijsenbrij:  “Een goed architectuurprincipe is concreet (in vakjargon ‘SMART’, althans in de uitwerking in ontwerpregels, richtlijnen en standaards), complexiteitsverlagend, voldoende toekomstvast, redelijk innovatief en consistent en coherent met de andere architectuurprincipes.” Nu heb ik wat moeite met de subjectieve maatstaf en misterieuze ‘coherentie’, naast het feit dat een concreet principe nog steeds over een (cultuur)concept kan gaan, hoezo concreet.
En áls het je dan bijna lukt, dan wordt de ultimeme uitdaging verder aangevuld met “Om IT ordelijk te kunnen toepassen in een onderneming zijn er naast architectuurprincipes nog vele andere soorten principes nodig. Te denken valt aan principes op het gebied van de IT-Governance, de compliancy- & risicobeheersing, de IT-strategie, de toepassing van nieuwe technologieën, de transformatie en de sourcing, de financiering, de kwaliteitsbeheersing, de security en de privacy, de samenwerkingsvormen binnen de onderneming, de keuzes van leveranciers en partners en de bemensing en training van de IT-afdeling. Dit zijn allemaal belangrijke principes, maar voor het grootste deel geen architectuurprincipes.
Snapt u wel?

Maar, laat ik me niet teveel boos maken, maar gewoon even kijken of ik het vanuit m’n ervaring-tot-nu-toe snap, een kleine zelftest, ik zal niet spieken.
Wat willen we nou met een principe bereiken: ontwerpruimte beperken. Gelukkig, ik ben geslaagd voor de eerste test.
Dan, wat is nou de crux van principes: dat je ermee kan werken als je ‘dingen maakt’. Ik moet goed lezen, maar ik denk dat ik met dit antwoord ook wel weg kom.
En als laatste: wie bepaalt of een principe ‘goed’ is: jij. Dit kan ik niet valideren, dus dat zal ik dan wel fout hebben.

En nu mijn punt, we doen over principes inmiddels hetzelfde als Balkenende doet met zijn ‘normen en waarden’ zoektocht voor Nederland. Een setting waarin we in een dialoog over onze cultuur nou eens achterhalen wat de uitgangspunten (principes) zijn waarop we ‘gewenst gedrag’ kunnen definiëren. Om geen aspect of inzicht verloren te laten gaan geven we iedereen de kans om vanuit zijn eigen optiek punten in te brengen die hij/zij belangrijk vindt: verkeersprincipes, belastingprincipes, omgangsprincipes, werkprincipes, vrije-tijdsprincipes en ga zo maar door. En als we dit hele circus nou maar goed optuigen en vastleggen, dan komen we in een beter Nederland terecht, yeah right.

Mijn ervaring is, dat we in het interne discussie-proces over principes heeeeel veel kunnen leren over wat ‘we’ blijkbaar willen en waaraan we keuzes afmeten, het uiteindelijk opgeschreven principe zélf is meestal een startpunt van (mis)interpretatie en teleurstelling.
Helaas merk ik maar al te vaak dat het leren niet het doel is, nee het principe zélf is het doel (owee, als het maar goed is).

Daarom, hou op met complex gedoe over wat ‘echte goede’ principes zijn of hoe ze vanuit allerlei optieken opgesteld moeten worden en moeten samenhangen, maar schrijf de zeven (want een mens kan toch niet meer onthouden) dingen die je als organisatie echt belangrijk vindt op (ik noem dit expres geen principes, anders begint het gezeur weer)  en ga vooral met elkaar in dialoog op de werkvloer, leer van de toepassings-praktijk en koppel dat terug naar beleidsmakers en ontwerpers, heb overleg met project-stakeholders en stel zaken bij, durf dat, doe dat.
In die interactie, waar betrokkenen zich niet (kunnen) verschuilen achter ‘wetteksten’, ontstaan resultaten en groei.

Stelling: in principe gaan principes over leren.

Zet iets neer, maar leer en als we dan later met elkaar ons achter de oren krabben waarom zaken eigenlijk zo goed zijn, dán vragen we geschiedschrijvers wel om in retrospect de blijkbaar gehanteerde principes op te schrijven, ter lering en vermaak voor het nageslacht. En trouwens, die hebben er nks aan, want al krijg je de principes van Gaudi, een Sagrada Familia neerzetten lukt dan nog steeds niet.