Category Archives Modeling

Ronald Streekstra

Ware schoonheid zit van binnen

No Comments »

Vitruvius (zie vorige blog) stelde dat om eeuwigheidswaarde te creëren,Louvre
een gebouw aan drie voorwaarden moet voldoen:

  • Firmitas: Stevig, veilig, structuur
  • Utilitas: Bruikbaar, voldoet aan een functie
  • Venustas: Bezit een zekere mate van schoonheid

Firmitas

Hieronder valt dat een gebouw niet moet instorten, het dak niet lekken en goede afscherming moet bieden van de buitenwereld. Ook een enterprise architectuur moet stevig zijn en structuur bieden. Of een architectuur deze eigenschappen bezit kan je testen door jezelf de volgende vragen te stellen: Tegen welke veranderingen in het bedrijf moet mijn architectuur robuust zijn, welke structuren zijn de essentie van mijn bedrijf en kom ik ze tegen in de architectuur. Mocht het bedrijf veranderen dan moet de architectuur mee kunnen veranderen.

Utitilitas

Een enterprise architectuur wordt gebouwd met een bepaalde functie in het achterhoofd. Mocht je een architectuur ontwerpen om schepen de haven binnen te loodsen en het laad en los schema uit te voeren dan moet deze architectuur om kunnen gaan met verandering in de functie. Wat gebeurt er met de architectuur als het havenbedrijf de beschikking krijgt over een eigen vliegveld. Of als naast het uitvoeren van het laad en los schema ook de planning hiervan gedaan moet worden. Pas hierbij op voor de super generieke architectuur die alle verandering aankan. Hierbij wordt de toepassing moeilijk en ervaringen uit het verleden bieden in dit geval één garantie voor de toekomst: het falen van de architectuurimplementatie.

Venustas

Zoals een reactie op mijn vorige blog al aangaf is de schoonheid het moeilijkst te vatten in enteprise architectuur.  In de bouwkunde is schoonheid haast mathematisch bepaald door het toepassen van verhoudingen. De getallen 3, 4, 5 of de driehoek, het vierkant en het pentagram komen vaak voor. De kennis rondom de constructie van het pentagram dat je vaak in het roosvenster van gotische kerken boven de ingang ziet, was tot 1400 in handen van enkele ingewijde bouwkundige architecten die het als leerling geleerd hadden van hun meesters.

Wat maakt een enteprise architectuur mooi ? Hoewel ik geen definitief antwoord heb, weet ik wel in welke richting ik het wil zoeken. Het gaat om eigenschappen als balans, symmetrie, eenvoud, en het de vorige blog genoemde golden ratio. Zoals een gebouw met een allegaartje aan bouwstijlen zelden evenwichtig is, is een enterprise architectuur met soa en silos zelden mooi te noemen. Een architectuur met vele type koppelingen is complex om te beheren en het succes van de ESB ligt niet in zijn revolutionaire gedachtegoed, maar in het feit dat het eenvoud uitstraalt en een kluwen aan koppeling abstraheert tot een spiegelsymmetrie tussen front en backoffice systemen. Dat laatste brengt me bij extrinsieke en intrinsieke schoonheid in architectuur; is het een mooi plaatje of is het van binnen ook mooi. Maar dat is een blog op zich.

Ronald Streekstra

Ronald Streekstra

Een Golden Ratio voor Enterprise Architectuur

No Comments »

 

Enterprise Architecten refereren vaak aan bouwkunde en Vitruvius in het bijzonder. Vitruvius schreef 10 delen vol over bouwkunde en noemde dit: De architectura. Leonardo da Vinci reproduceerde veel van zijn verloren gegane werk, voornamelijk de tekeningen op basis van de beschrijvingen van Vitruvius. Van Da Vinci kennen we de mens van Vitruvius. In deze tekening vinden we het golden ratio terug. De verhouding die we continue in natuur tegenkomen. Deze natuurconstante is door bouwkundigen gebruikt om een goed balans te vinden hoogte en breedte verhoudingen in gebouwen.

 

Vitruvian ManAl een tijdje vraag ik me af wat de verhoudingsgetallen in Enterprise Architectuur zijn. Bij bedrijfsarchitectuur kun je spelen met span of control. Bij modellen weet je dat de mensen gelijktijdig 7 concepten (+/- 2) in zijn hoofd kan afwegen. Fibonacci reeksen kan je gebruiken om overzichtelijke tabellen te construeren. Maar als je nu een greenfield situatie voor een bedrijf mag inrichten en je wordt gevraagd een service catalogus definiëren. Hoeveel worden dat er dan?


Granulariteit

We weten dat als we weinig, maar grote services definiëren dat het hergebruik hoog zal zijn, maar de oplossing erg specifiek zal zijn. Een kleine wijziging leidt tot in ieder geval een verandering in een van de services en alle afnemende partijen zullen gecontroleerd moeten worden en misschien zelfs aangepast.

 

Maken we veel kleine services dan weten dat het hergebruik laag zal zijn en dat een afnemende partij waarschijnlijk meerdere services moet aanroepen om zijn kennis te verzamelen en te integreren tot een antwoord. De service zelf is een stuk generieker te maken en wijzigingen in een service hebben een lagere impact bij afnemende partijjen

 

De waarheid ligt in het midden.

Bij gebrek aan een ratio moet ik de afweging maken op basis van een gevoel. Maar kan ik stellen dat een bedrijf met 10, of 20 of 30 services geholpen is. En is dit gelijk voor een groot bedrijf of een klein bedrijf ?

Door goed naar de business processen te kijken en de informatie flow in het bedrijf te analyseren kan ik na een stevige studie best vertellen hoeveel en welke services het bedrijf ongeveer moet hebben, maar de wereld zou een stuk eenvoudiger zijn met een golden ratio voor enterprise architectuur.

Ronald Streekstra

Enterprise Architecture Revisited

No Comments »

140 blogsAtos Origin blogt nu ruim twee jaar over Enterprise Architectuur. Veel blogs gaan over trendgevoelige onderwerpen als SOA, EDA en Clouds. Daarnaast is er veel aandacht in de blogs om complexiteit te reduceren of te beheersen en soms zelf om het los te laten.


Tijd voor een tussenstand.

Van de meest Bloggenden Bloggers (klinkt als een Suske en Wiske aflevering) heb ik maar eens wat rijtjes gemaakt.
Welke artikelen lazen jullie het meest …. 

Blogger

Meest gelezen post per blogger

Robert Mekking

 Van System Integrator naar Service Integrator

Huub Bakker

 R.I.P – BPM, de ‘killer app’ voor SOA.

Erik Otzen

 Een kleuren(blindheid)test voor enterprise architecten

Pieter Jan Morssink

 L’art pour l’art

Ronald Streekstra

 The Four Laws of Simplicity, and How to Apply Them to Life

Frank Schalkwijk

 Back office, mid office, front office? Wrong office!

Ahmed Ibouhouten

 Architectuur op één A4-tje!

Richard Lendvai

 Architect of Ontwerper?

Kees Kranenburg

 Meten is weten

 en welke artikelen maakten de meeste reacties los?

Blogger

Meeste reacties op blogpost

Huub Bakker

 Waarom services geen interfaces zijn

Robert Mekking

 Verzuiling 2.0

Kees Kranenburg

 Wij van WC-Eend adviseren WC-Eend

Ronald Streekstra

 Architect & Archetype

Richard Lendvai

 Architectuur waarde-loos?

Ahmed Ibouhouten

 Agile alignment

Erik Otzen

 Semantiek en de NORA. Begrijpen we elkaar?

Pieter Jan Morsink

 Vier natuurwetten voor informatiemanagement

Frank Schalkwijk

 Enterprise Architecture Maturity transformaties

Veel leesplezier met deze toppers, en welke vond jij nou het leukst?

Ronald Streekstra

Kees Kranenburg

Echte mannen maken geen modellen

No Comments »

Het zal je wel eens zijn opgevallen dat onze ICT-industrie enigszins hype-gevoelig is. Tal van nieuwe concepten en technologieën worden ons dagelijks voorgeschoteld. Congressen en seminars spelen er op in en wordt je wekelijks bestookt met aanprijzingen van leveranciers over nieuwe concepten, technologie en tools.

Toch is ICT-personeel zelf een conservatief volkje – zeker wanneer het gaat om het veranderen van de eigen werkwijze. We evangeliseren graag dat business en gebruikers aan de gang moeten gaan met de nieuwste concepten en hun oude, ingesleten manier van werken overboord moeten gooien, maar zelf zijn we niet zo veranderingsgezind.

Die weerstand tegen veranderen kom ik regelmatig tegen bij Model Driven Architecture. Het nieuwe van MDA is er nu wel vanaf. Dus de vrees voor het onbekende mag er niet meer zijn.
En een ieder die de ontwikkelingen in zijn vakliteratuur bijhoudt kan onderhand toch weten dat MDA volwassen is. Er zijn goede en beschreven referenties die een aantoonbare productiviteitswinst laten zien.
Of is het dan de graad van automatisering waardoor men bang is dat het werk wordt weg geautomatiseerd? Neen, zover zijn we nog niet met MDA.

Waar komt dat dan toch vandaan, die weestand tegen Model Driven Architecture?

Test Blog

Where’s my Canonical Data Model?

No Comments »

I think it was last year that Jan Baan spoke to the assembled Atos Origin Enterprise Architects. At one point he said “Data is still the king” which for some reason I found rather comforting. How does an architecture work if data isn’t managed properly?

In the brave new world of SOA the term canonical data model appears. Canonical is yet another word that’s been borrowed by the IT world and then used in an imprecise fashion. In mathematics the term has a precise and formal definition (see Wolfram’s Mathworld if you’re into that sort of thing) and something that is canonical is universally applicable – well, at least in the world of mathematics. Of course canonical data models aren’t, so I can’t buy one just yet. 

Concept

Let’s quickly (and imprecisely) review what a canonical data model is. The basic idea is that we need a means of passing data between our loosely-coupled applications. Of course these applications can store their data in different ways and to avoid the necessity of point-to-point conversions we introduce the canonical (common) data model. Now you can transform the data from source application 1 to canonical format and then transform from canonical format to the format required by target application 2.

 Canonical Data Model

This idea is not new. The concept first emerged into public prominence, under the name conceptual schema, with the publication of the ANSI / SPARC Database Model in 1977! The ANSI three-schema architecture was not extensively implemented at the time but currently the idea has re-emerged in the SOA context. By the way, there’s an interesting description of the concept of a canonical data model in Jack van Hoof’s blog which despite its title doesn’t address the semantic issues. 

Issues

So what’s my gripe? My first point is that a canonical data model obviously isn’t universal. The common data model of everything hasn’t been built yet and when it is it will probably turn out to be the 42 from the Hitchhiker’s Guide to the Galaxy. What then is the scope of the model? Is it a model of data objects for generic subject areas, for a specific company, or maybe industry-wide? Will my canonical data model look like your canonical data model and will it matter if it doesn’t? Typically the approach seems to be the creation of a model for your enterprise (on the inside looking out) where I guess “enterprise” would be business group for some large corporations. What also happens is that external standards are incorporated in the model (for example Dunn & Bradstreet numbers for customers/suppliers or UNSPSC for product classification). It’s not obvious to me what exactly to build into the model – it’s not a trivial problem. I also get the impression that many architects see the model building as a straightforward analytic exercise whereas some people in the data management world see data modelling as a creative design activity. How am I going to arrive at my canonical data model and how will I maintain it?

My second issue is that having a canonical data model doesn’t really address the semantic issues. For example what happens if you want to exchange information about customers between two systems? The canonical model maps data structures and not individual data values so how will you know that customer A in system 1 is customer 123 in system 2? It looks like we need some agreement about a common identifier (e.g. the Dunn & Bradstreet number) that will be in both systems, or we need to keep and maintain lists of all translations and that can be a hell of a job if you have millions of customers. The model also doesn’t tell us what a customer is. Is it a party who regularly orders goods from us, a party who once ordered something (some systems don’t record one-time customers), or a party with whom we have contact and may be able to sell to (e.g. a marketing database)? What are the underlying definitions for the entities and attributes in the canonical data model and how are they maintained? Achieving consensus about enterprise-wide data definitions is a major exercise and many organisations have struggled and failed with this problem. 

Question

I have a few ideas about how to address these issues and I’ll come back to that in a future blog, but first I’d like to know what other people think. Do all you architects recognise these problems or have you all solved them already?       

Footnote

 A break with the trend: a blog in English. Seems a shame to limit our audience when we’re on the World Wide Web!

Ronald Streekstra

Haalbare kaart

No Comments »

Anaximander is volgens de overlevering de eerste kaartenmaker. Zijn kaart bestond maar uit een deel van de nu bekende wereld en sommige van zijn opvattingen zijn nu niet meer zo courant (de aarde is cilindervormig), maar hij was wel een van de eersten die concludeerde dat de mensen uit de vissen geëvolueerd zijn. Zijn besef van aarde en de plaats daarvan in het heelal is pas 2000 jaar later met Galileo geaccepteerd.


anaximander world map“Net als zijn tijdgenoten was hij op zoek naar de archè van het universum, een eerste principe als begin van de wereld. Bij Anaximander was de ene elementaire substantie, waaruit alles was ontstaan, niet het water zoals bij Thales en ook niet een andere stof die we kennen. Geen van deze elementen zou in staat zijn om alle tegenstellingen in de natuur kunnen verklaren. Het principe dat hij als oersubstantie poneerde was oneindige, eeuwige en tijdloze massa, die hij het apeiron noemde. Deze oersubstantie, die niet direct waarneembaar is, maar wel in staat is een antwoord te bieden op alle bestaande tegenstellingen, vormde de basis voor alle stoffen die wij kennen.”
[bron wikipedia].

Die Anaximander zat er niet ver naast. We hebben het hier overigens over hetzelfde arche waaruit ook het woord architectuur ontstaan is.


Meerdere wegen naar het doel

Na de kaart van Anaximander heeft het 2500 jaar geduurd voordat Tom-Tom en aanverwanten ons de weg wijzen over bijna perfecte kaarten. In mijn navigatiesysteem kan ik kiezen voor de kortste, goedkoopste en snelste route. En indien ik een obstakel bereik kan het systeem een nieuwe route bedenken.

Projectmanagement

Dit in tegenstelling tot de (on)mogelijkheden in de projecten die ik tegenkom. De route (projectplan/gannt chart) wordt vooraf bepaald en de instelling is bijna altijd de kortste route naar het doel (een werkend systeem). Nu  weet ik niet of jullie wel eens de kortste route geprobeerd hebben te rijden? Ik heb het vorige jaar eens geprobeerd op vakantie, maar de kortste route heeft als eigenschap dat er meer obstakels (lees: onverharde karesporen) op de route liggen dan op de snelste route.

hannibal en de alpenIk zou het mooi vinden als we in onze projectplannen wat meer rekening zouden houden met de weg naar het doel. Moet een project nu echt als Hannibal in een rechte lijn in de winter over de Alpen heen trekken of kunnen we ook wachten op de zomer en de route langs de middelandse zee kiezen.

In projectleiders termen, moet het project nu echt altijd op de spreekwoordelijke 1-januari-20XX af, om mogen we ook iets later aankomen als dat minder inspanning kost. Moeten we altijd zoveel mogelijk scope buiten de deur houden, daar weken over vergaderen, of kunnen we beter wat extra in scope nemen (een klein omwegje zo je wilt) en binnen een week weer op de route zitten? Is het soms niet slimmer om de plannen juist te tunen op de goedkoopste of snelste route ?

Aan de architect dan de uitdaging om de scope verandering op een elegante manier te laten landen in de architectuur van het project.

– Ronald Streekstra

Ronald Streekstra

Animated Architecture

No Comments »

Toen ik voor het eerst in aanraking kwam met Archimate dacht ik dat het een samenstelling was van architecture en animate. Zoals ik in m’n vorige column schreef staat mate echter meer voor maatje.

gehryEen belangrijke omissie in architectuur-tooling rondom Archimate vind ik het ontbreken van de mogelijkheid om te animeren. Als architect ben je continue bezig met de ist en de soll en de mogelijkheid om in stappen van ist naar soll te komen. In Bizzdesign Architect kan je middels attributen en colorviews weliswaar aangeven welke fuctionaliteit in welk plateau gerealiseerd wordt, maar je kijkt nog steeds naar een statische plaat. 

 

Laat ik een voorbeeld geven van wat ik bedoel met animated architecture. Een paar jaar geleden heb ik voor een klant een stadsmetafoor gebruikt om de grote verandering in het IT-landschap in kaart te brengen. Met een beschrijving van wegen, gebouwen en bestemingsplannen kon ik goed uitdrukken wat er stond te gebeuren. Door voor elke tussenstap een plaatje te maken kon ik een film maken voor de komende drie jaren.
animated arcitectureIk heb hievoor een combinatie van tools moeten gebruiken. Eerst in Visio tekenen, in Powerpoint de platen achter elkaar zetten en afsnijden en vervolgens met Movie Maker een film gemonteerd. Van idee naar film in drie dagen. Voor een voorbeeld klik het plaatje ==>.

 

De klant was tevreden maar ik nog niet. Iedere frame in de film was namelijk handwerk. Een extra systeem zorgt ervoor dat ik elke plaat moet aanpassen en de film opnieuw moet monteren.

 

Vanuit een tool zou ik graag in een keer zo’n film wilen exporteren. Zodat ik niet per plaat zit te editen maar in een attribuut van een systeem de levensfase van een systeem kan beschrijven. Zodat de tool weet wanneer het systeem getekend moet worden.

 

Zijn we er dan? Nee, volgens mij nog niet. De platen zijn dan dynamisch maar de film is nog statisch. Een volgend stap is een tool die de film genereert en bijsturing in de film toelaat. Wat gebeurt er met mijn soll als ik vanaf frame 31 met mijn muis systeem x vasthoud, zodat systeem x niet in frame 32 verdwijnt maar blijft bestaan tot in de soll.
Hiermee kan je pas echt scenario analyse doen en goed afwegen wat de toekomstige impact van je beslissingen zijn.

 

Ronald Streekstra

Ronald Streekstra

Archimate of Cust’o'Made

1 Comment »

 

Een week of wat geleden heb ik de Archimate training gedaan. Archimate is een architectuurtaal in notatiewijze vergelijkbaar met UML. Zoals UML de architectuur van een applicatie vastlegt, zo legt Archimate de enterprise architectuur vast . Ik had al wel wat gelezen over de taal en de symbolen eens bekeken maar ik hoor graag ook het achtergrondverhaal bij de taal. De training werd verzorgd door BizzDesign en toont het gebruik van de taal Archimate in de tool Architect van Bizzdesign

 

Na de training zie ik de toegevoegde waarde van Archimate om de afstemming met architecten onderling te verbeteren. Eén taal zal leiden tot minder misverstanden. Hoewel Archimate op dit moment vooral syntax is en in de semantiek nog misverstanden zullen optreden zal veel gebruik van een taal op termijn best-practices gaan opleveren waarmee ook de semantiek meer afgestemd zal worden. Zie bijvoorbeeld een eerste aanzet daartoe op de Archimate site.

 

IEEE 1471 - stakeholder view  

 

In de enterprise architecture training die ik geef hamer ik altijd op het concern/viewpoint/view/stakeholder deel uit de IEEE 1471 spec. In het kort: In een architectuurplaat maak je een view voor een stakeholder waarin je een of meer van zijn concerns uitwerkt. Als ik met die insteek naar Archimate kijk doet Archimate zijn naam eer aan. Archimate is als een workmate. Een maatje, een tool die een expert gebruikt. Zoals een timmerman een workmate gebruikt om een stoel te maken, zo kan een architect Archimate inzetten om een architectuur te maken. Maar de plaatjes, views zo je wilt, die je met Archimate tekent zijn vooral bedoeld om de concerns van medearchitecten af te dekken.

maatje

 

 Zo geschikt als de taal is voor architecten onderling, zo ongeschikt vind ik de taal voor communicatie met de eindklant. Net zoals ik als gebruiker van de stoel nooit in aanraking kom met de workmate van mijn timmerman. Archimate platen zijn technische views met ingewikkelde blokjes en subtiele betekenis in het gebruikte verbindingslijntjes tussen verschillende componenten in de architectuur. Voor communicatie met de klant grijp ik toch terug naar een free format tekening. Zie hiervoor ook de column van mijn collega Ahmed over architecture-on-one-page. Bij het maken van zo'n plaat probeer je de taal van business terug te laten komen in de plaat. Daarvoor heb je een heel andere taal nodig: Noem het Cust'o'Made. In de column waarna ik verwijs zie je architectuur van DELTA airlines weergegeven als een vliegveld met een centrale hal en twee pieren. Dat praat een stuk makelijker met de klant.

 

Ronald Streekstra

 

 

Ronald Streekstra

The Four Laws of Simplicity, and How to Apply Them to Life

No Comments »

Afgelopen week trok het artikel met bovenstaande titel mijn aandacht. Bij het lezen dacht ik wat zou er gebeuren als we het laatste woord eens vervangen door enterprise architectuur. Wat ik naar aanleiding van dit artikel zal concluderen is dat voor het uitvoeren van de deze vier regels, twee kwaliteiten van belang zijn voor een enterprise architect namelijk kiezen en loslaten. En op dat loslaten moeten we nog oefenen.

Vier regels voor een simpel levenMondriaan, simpele architectuur

De vier in het artikel genoemde regels voor een simpel leven zijn:

"1. Collect everything in one place.

2. Choose the essential.

3. Eliminate the rest.

4. Organize the remaining stuff neatly and nicely."

Klinkt simpel, even een voorbeeldje uit het artikel ter illustratie.

"Your wardrobe. Do you really need 40 T-shirts? Or 40 pairs of shoes? How many jeans do you actually wear? One drawer or section of your closet at a time, put everything on your bed in a pile, choose the clothes you really love and actually wear on a regular basis, donate the rest, and put the ones you love back in your drawers or closet. Leave space around the clothes — don’t stuff your drawers full."

Voor het uitvoeren van dit voorbeeld heb je twee kwaliteiten nodig:

  • je moet kunnen kiezen (welke kleren gebruik je?) en
  • je moet kunnen loslaten (welke kleren doe je weg?).

En nu enterprise architectuur; kiezen en loslaten

In enterprise architectuur trek ik een parallel met het uitvoeren van een technology vernieuwing in een bedrijf. Een bedrijf wil bijvoorbeeld weten wat de impact is indien er bedrijfbreed gekozen gaat worden voor inzet van een nieuwe technologie. De aanpak is dan het uitvoeren van een impactanalyse en een eerste stap is vaak het inventariseren van het IT-landschap. Bij deze inventarisaties kom je soms honderden tot duizenden applicaties tegen waarbij je twijfelt aan het nut van al die applicaties. Hoe kom je er achter welke applicaties echt nodig zijn?

In analogie naar het bovenstaande voorbeeld moeten we kijken naar het gebruik van de deze applicaties. Op basis van gebruiksstatistieken kunnen we zien welke applicaties veel gebruikt worden. Daarnaast kunnen we kijken naar de toegevoegde waarden van een applicatie aan het bedrijfsproces. Op basis van deze en andere discriminatoren kunnen we besluiten welke applicaties impact ondervinden van de technologie aanpassing. Tot zover niets nieuws, het lijkt erop dat we de kwaliteit kiezen aardig onder de knie hebben en in een proces hebben gegoten.

Ik zie het echter fout gaan bij de kwaliteit loslaten. Nadat de applicaties in kaart zijn gebracht, gaan we snel verder met aandacht geven aan het opzetten en uitvoeren van projecten voor de gevraagde verandering (stap 4). We nemen echter te weinig tijd voor het weggooien van de applicaties die we niet meer nodig hebben (stap 3). En dezelfde applicaties gaan ons weer tijd kosten bij een volgende inventarisatie. Voor een simpele enterprise architectuur is het dus noodzakelijk dat we meer weggooien.

Ronald Streekstra