Erik Vermeulen

Erik (1971) is principal consultant bij Atos Consulting. Vanaf 1997 is hij actief op het architectuur vakgebied. Erik is verantwoordelijk voor het vakgebied Enterprise Architectuur binnen Atos Consulting. Hij is medeoprichter en redactielid van het eMagazine Via Nova Architectura (www.via-nova-architectura.org) en gastdocent aan TiasNimbas (Business School) van de Universiteit van Tilburg. Erik is een zeer gewaardeerd trainer op het gebied van Enterprise Architectuur en schrijft regelmatig over dit onderwerp.

Hoorcollege van professor Nielen

No Comments »

In 1970, een jaar voordat ik werd geboren werd hij hoogleraar in de Informatiesystemen aan de Katholieke Universiteit Brabant (de KUB), professor Nielen. Jongstleden 8 juli is hij op 85-jarige leeftijd overleden. Zo’n 20 jaar terug kreeg ik hoorcollege van professor Nielen. En wat voor een hoorcollege. Professor Nielen was voor mij – en vele anderen – een groot inspirator. Hij droeg altijd een stapeltje systeemkaartjes (met blauwe lijntjes en een rood lijntje) bij zich waarop het lesmateriaal stond genoteerd. Voor het halen van je tentamen hoefde je niet naar het hoorcollege te komen, daarvoor moest je zijn boek maar goed bestuderen. Maar als je echt iets wilde leren dan mocht je zijn lessen zeker niet missen.

Van informatie tot informatiebeleid
Voor deze terugblik heb ik zijn boek ‘Van informatie tot informatiebeleid’ uit 1993 nog eens uit de kast gehaald (het lag niet op zolder zoals vele andere studieboeken). Om me voor te bereiden op een tentamen arceerde ik destijds de relevante zinnen. Het feit dat circa 40 procent van de woorden is gearceerd geeft een indicatie van de hoge informatiedichtheid. En dan moet ik al meteen oppassen want met een term als ‘informatie’ moet je voorzichtig omspringen. In zijn meest recente en tevens laatste column in de .ego (magazine voor informatiemanagement) sluit hij af met de les ‘informatie komt nooit van buiten’. Oftewel ‘hoge informatiedichtheid’ zoals ik zonet gebruikte is een subjectieve maatstaf die erop wijst dat ik veel gegevens heb gearceerd in de hoop dat ik deze bij een herhaalde waarneming toe zou voegen aan de in mijn hoofd opgeslagen kennis. Saillant detail is dat ik de collegereeks van professor Nielen, maar ook het tentamen, twee keer heb (mee-)gemaakt. Niet omdat het moest, maar omdat het zo leuk en leerzaam was. De tweede keer heb ik een groene arceerstift gehanteerd (de eerste keer was het een gele). Bij nadere besturing betreft het vaak passages op een diepere begripslaag.

De groene passages
De eerste groen gearceerde passage is een citaat van de filosoof Wittgenstein: ‘Der Mensch kann denken, wass nicht der Fall ist.’. De enige auteur waarvan ik een boek, de beruchte ‘Tractatus Logico-Philosophicus’ (1922) zeker tien keer heb gelezen (vooral ‘lezen-3’, zie verderop). De verhandelingen over citaten uit dit boekje zijn zo talrijk dat er op zichzelf al een bibliotheek mee gevuld zou kunnen worden. De essentie zoals vervat door Nielen is dat mensen kunnen fantaseren. Zodra deze fantasie overeenkomt met zijn verwachtingen ten aanzien van de werking van de realiteit dan zal hij die beelden als waarheid zien. ‘En als het niet klopt dan leert hij mogelijk iets bij’. In de opmerkelijk compacte literatuurlijst (slechts 10 referenties) in het boek van Nielen (nog altijd 10 meer dan in de Tractatus Logico-Philosophicus) staat nog een ander berucht boekwerk, van dik 850 pagina’s, te weten ‘Gödel, Escher, Bach: een eeuwig gouden band’ van Douglas R. Hofstadter. In de paragraaf ‘stabiele lagen in visuele waarneming’ laat Hofstadter aan de hand van een prent van Escher – waar mensen ‘trappen’ op en af lopen’ (‘Relativiteit’ uit 1953) zien hoe een fantasieprent onverenigbaar is met de werkelijkheid. Hofstadter: ‘We staan geamuseerd en verbaasd te kijken naar trappen die alle kanten opgaan en naar mensen die op een trap in inconsistente richtingen lopen. Die trappen zijn ‘eilanden van zekerheid’ waarop we onze interpretatie van de gehele prent baseren. Als we ze eenmaal hebben geïdentificeerd proberen we ons inzicht te vergroten door hun onderlinge relatie vast te stellen. In dat stadium stuiten we op moeilijkheden. Maar als we zouden proberen terug te krabbelen – dwz. als we onze ‘eilanden van zekerheid’ in twijfel zouden trekken – zouden we ook op problemen stuiten, problemen van een andere soort. Je kunt niet terugkrabbelen en ‘ontbeslissen’ dat het trappen zijn. … Door het hiërarchische karakter van onze waarnemingsprocessen worden we dus gedwongen ofwel een krankzinnige wereld te zien, of een stelletje zinloze lijnen.’

Vervolgens gaat Nielen in op de beperkingen van het menselijk brein om te concluderen dat het menselijke denken ‘onvolledig, gereduceerd en slordig’ van aard is. Maar hij ziet dit niet als een negatieve eigenschap, in tegendeel: De mens ‘is eindeloos flexibel en kan tegen een stootje als de realiteit weer eens anders blijkt te reageren.’ In de kantlijn heb ik er met pen bijgeschreven ‘De meest flexibele organisatie is die welke niet wordt gehinderd door starre machines.’

Nog enkele groen gearceerde passages uit het boek van professor Nielen die ontwerpers van de informatieruimte kunnen inspireren:

- ‘Formele gegevens hebben een typisch nadeel: ze moeten geconstrueerd worden in de zin dat we beperkende afspraken moeten maken omtrent hun betekenis. … Daardoor hebben formele gegevens als regel een klein geldigheidsgebied.’. Datadefinities hebben dus een beperkt geldigheidsgebied.

- Iets verderop wederom in groen ‘Veel informatici zijn dan ook achterloos voorstander van standaardisatie en van het elimineren van synoniemen en homoniemen. … Ze zien over het hoofd dat er omstandigheden zijn die het gebruik van formele gegevens en programma’s uitsluiten.’

- ‘De moeilijkheidsgraad van een prognose neemt toe met de termijn, maar wordt ook door andere oorzaken beïnvloed: gebrekkige kennis van de werkelijkheid, onoverzichtelijke acties van anderen, verstoorbaarheid van het proces en dergelijke. Ook bestaat er een – wellicht wat verrassende – positieve samenhang tussen iemands vrijheid van handelen en de moeilijkheid van zijn prognoses. Bij gebrek aan vrijheid is er geen keuze; geen verantwoordelijkheid, dus ook geen prognoses, geen informatiebehoefte.’

- ‘Naarmate we centraliseren, wordt ieders kennis exclusiever, kunnen de bestuurde organen meer specialiseren, wordt de besturing doelmatiger. Maar… er ontstaat een toenemende behoefte aan overleg, dat bovendien steeds moeizamer wordt. Door het simpel worden van de taken wordt de innovatiekracht minder en neemt de motivatie van de mensen af.’

- ‘Systeemintegratie: het vervangen van systemen voor weinig beslissers door systemen voor veel of zelfs alle beslissers… ‘Integreren’ betekent in het algemeen ‘het tot één geheel maken”

College over lezen
Een college dat mij goed is bijgebleven is het college over lezen. Nielen onderkent vijf niveaus van lezen. Van zwaar naar licht zijn dit:
- Lezen-4: alles van voor naar achteren lezen;
- Lezen-3: in grote stappen doorneuzen op relevante stukken;
- Lezen-2: uitmaken of een document het lezen waard is;
- Lezen-1: niet lezen, maar wel weten dat we dat niet doen;
- Lezen-0: niet weten dat we niet lezen.

Het laagste niveau is wat mij betreft het meest interessant. Dit heeft te maken met het ‘blijven zitten waar je zit’, ‘het niet snuffelen’. Een oplossing hiervoor is het trainen van je serendipity vermogen. Dat is het vermogen om iets onverwachts te vinden terwijl je op zoek bent naar iets totaal anders.

De pretcurve
Tot besluit wil ik de lezer nog een college van professor Nielen uit mijn herinnering (een klassieker uit zijn collegereeks) zeker niet onthouden, de pretcurve. De pretcurve maakt het evenwicht tussen twee tegenstellingen inzichtelijk. Bijvoorbeeld tegenstelling tussen (dieren met) veel volume vs. weinig oppervlak en veel oppervlak vs. weinig volume. In zijn college worden deze twee uitersten respectievelijk vertegenwoordigd door de olifant die het altijd warm heeft en de kolibrie die het altijd koud heeft. De eerste heeft daarom grote flaporen om af te koelen en de laatste flappert als een dolle met haar vleugeltjes om het warm te krijgen.

Professor Nielen, bedankt!

Deze post is eerder gepubliceerd op: http://www.via-nova-architectura.org/blogs/erik-vermeulen/hoorcollege-van-professor-nielen.html

Enterprise architectuur voor meer flexibiliteit

No Comments »

In 2006 deed het Atos Consulting Trends Institute onderzoek naar de stand van zaken rondom het gebruik van enterprise architectuur in Nederland. Toen concludeerden wij dat er nog een flinke uitdaging lag om enterprise architectuur in samenhang te ontwerpen en niet te verdrinken in details. Ook zagen wij dat enterprise architectuur grotendeels toebehoorde aan het IT-domein maar dat de business steeds meer te zeggen kreeg over enterprise architectuur.

Ook vroegen we ons af wat de motivatie is om te investeren in enterprise architectuur. De meeste respondenten gaven toen aan dat het belangrijkste doel is om de flexibiliteit van de organisatie te vergroten en zo beter in te spelen op toekomstige veranderingen en ontwikkelingen.

In 2010 hebben we opnieuw onderzocht hoe het staat met de toepassing van enterprise architectuur in Nederland. Hierbij waren we met name op zoek naar de trends.

Een opvallende trend is de motivatie om te investeren in enterprise architectuur. Wij verwachtten dat de crisis de nodige uitwerking zou hebben op de opdracht voor de enterprise architecten. De verwachting was dat het aandeel efficiëntie in 2010 aanzienlijk hoger uit zou komen dan in 2006. Immers, veel organisaties moesten hard ingrijpen als antwoord op de sterk teruglopende inkomsten.

Maar tot onze verrassing blijkt dit niet zo te zijn. Sterker nog, de respondenten geven aan dat flexibiliteit als hoofddoel om enterprise architectuur toe te passen anno 2010 nog verder is toegenomen en dat efficiëntie juist is afgenomen. En, in het verlengde hiervan, er is ook niet gesneden in het aantal enterprise architecten. De populatie enterprise architecten is – in tegenstelling tot de architecten in brede zin – ook op sterkte gebleven.

Goed nieuws dus voor enterprise architectuur. Het lijkt erop dat het vertrouwen in de strategische bijdrage van enterprise architectuur is geworteld in de bestuurskamer. Door te investeren in enterprise architectuur kunnen organisaties de wendbaarheid vergroten zodat conjuncturele ontwikkelingen beter kunnen worden opgevangen. Een slanke organisatie kan sneller een markt binnentreden en er weer uit verrekken en kan sneller resources herpositioneren.

Kosten besparen doe je niet alleen door te snijden in de uitgaven maar ook door te investeren in een wendbare organisatie die grip weet te houden op dure complexiteit. Want dweilen is een stuk minder vervelend als de complexiteitskraan dicht zit.

Het gehele onderzoeksrapport is te vinden op de enterprise architectuur pagina van Atos Consulting